Nederlanders zijn gulle gevers. Maar binnen die Nederlanders is er één groep die ongelooflijk veel geeft: de christenen. Vaak wel vier, vijf of zes keer zoveel als ‘de gemiddelde Nederlander’. Interessante mensen voor fondsenwervers dus. Een tweeluik over deze bijzondere doelgroep. Wie zijn het, wat drijft ze, hoe spreekt u ze aan, en hoe vooral niet? Nu deel 1: Wie zijn het, en wat drijft ze?
Nee, dit is geen uitnodiging aan alle fondsenwervende goede doelen om zich te storten op de ‘christelijke chari-markt’. Dit artikel ontstond naar aanleiding van een gesprek over christelijke goede doelen. Waarom zijn zij zo succesvol, en hebben ze relatief weinig last van de crisis? Dat komt, betoogde ik, door het specifieke karakter van hun achterban. Daarom dit verhaal.
De kerken lopen leeg. Maar dat betekent niet dat geloof, zingeving of overtuiging geen rol meer speelt in het leven van mensen. Geloofsovertuiging als bron voor een manier van leven is niet verdwenen. En juist die overtuiging drijft mensen tot filantropisch gedrag, tot delen met ‘de ander’, dichtbij of ver weg.
Het verdwijnen van kerkelijkheid uit Nederland maakt het wel ingewikkelder om naar cijfers over christendom en christelijke gevers in Nederland te kijken. Want hoeveel christenen telt Nederland? Dat kunnen we alleen bepalen aan de hand van cijfers van kerkmensen. Forse kanttekening dus: veel christenen staan níet meer bij een kerk ingeschreven. En veel mensen die nog wel bij de kerk staan ingeschreven ‘doen er niets meer mee’.
In Nederland wonen 6,7 miljoen mensen (cijfers Kaski 2011) die bij de kerk bekend zijn. Van hen zijn er 4,1 miljoen Rooms-Katholieken. Het overgrote deel daarvan is niet kerkelijk actief en is geen grote gever. In dit artikel laten we de Rooms-Katholieken buiten beschouwing, en concentreren we ons op de protestanten.
De tweede grote groep zijn de leden van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Deze kerk telt 1,8 miljoen leden. Dat aantal loopt terug met zo’n 5% per jaar. De PKN verliest jaarlijks dus zo’n 100.000 leden, maar is op dit moment is het wel het grootste kerkgenootschap.
Daarnaast kennen we een breed pallet aan kleine protestantse kerken als ‘Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland’ en ‘Vrije (oud) Gereformeerde Gemeenten’. Een andere groep zijn de ‘evangelicalen’ en de ‘pinksterbeweging’, samen goed voor zo’n 200.000 leden.
Het is dus een bonte verzameling mensen, deze protestanten. Meer dan twee miljoen mensen die hun leven, en dus ook hun geefgedrag, laten afhangen van bijbelse normen en waarden. Mensen die ook vaak van jongs af aan vertrouwd zijn geraakt met geven. En gewend zijn te geven aan de club die bij hun ‘zuil’ past.
Geefgedrag
Vorig jaar is door Prisma (vereniging van christelijke ontwikkelingsorganisaties) onderzoek gedaan naar het geefgedrag onder christenen. In dat onderzoek werd het beeld bevestigd dat christenen grote gevers zijn. Lichtelijk gechargeerd zou zelfs gezegd kunnen worden dat wie fanatieker gelooft, ook méér geeft.
De onderzoekers vroegen mensen uit verschillende kerken naar hun geefgedrag per maand. Dat werd vergeleken met het geefgedrag van de gemiddelde Nederlander. Uit dat onderzoek blijkt dat een gemiddelde PKN’er (de grootste groep gelovigen) 32 euro per maand geeft aan goede doelen. Dat ligt twee keer zo hoog als de gemiddelde Nederlander.
De gemiddelde PKN’er is zuinigjes vergeleken met z’n wat ‘zwaardere’ medechristenen. Absolute koploper zijn de zogenoemde ‘charismatisch evangelischen’. Zij schenken bijna 100 euro per maand aan goede doelen. De overige kerkelijke groeperingen variëren tussen de 44 en de 79 euro per maand, allen dus veel hoger dan de gemiddelde Nederlander.
Hoe is dit te verklaren? Voor een deel is dat opvoeding, gewoonte zo u wilt. Het past bij de christelijke cultuur om te geven. Alle kerkgangers krijgen iedere zondag twee (soms zelfs drie) collectezakken aangereikt, en stoppen daar (klein)geld in. Dat is een normale zaak. Geven en delen zijn bijbelse principes. Het zorgen voor de medemens, het principe van de bamhartige Samaritaan, hoort bij het leven van veel christenen.
Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat christenen zeer betrokken zijn bij ontwikkelingssamenwerking. Op de stelling ‘Het is goed dat de Nederlandse overheid bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking’ reageert een meerderheid van de christenen negatief. Zij vinden geven aan armen ver weg duidelijk een verantwoordelijkheid, een plicht.
Waar geven christenen aan? Zeker niet alleen aan christelijke goede doelen. Uiteraard wel voor een deel. Zeker voor de kerkgangers is de kerk een belangrijk goed doel. Sommige christenen geven de helft (!) van hun jaarlijks ‘weggeefgeld’ aan de kerk. Dat geld gebruikt de kerk voor de eigen organisatie (gebouw, dominee, enzovoorts), maar ook om goed werk mee te doen in binnen- en buitenland.
Seculiere organisaties
Uit onderzoek van het Christelijk Charitatief Peil (www.christelijkcharitatiefpeil.nl), een jaarlijks onderzoek onder christelijke goede doelen, blijkt dat christenen het meest geven aan gezondheidsdoelen: KWF Kankerbestrijding, Rode Kruis en de Hartstichting. Dit zijn alle drie seculiere organisaties. Deze drie doelen zijn onder de christenen ook het meest bekend. De drie bekendste goede doelen onder christenen zijn Kerk in Actie (gelieerd aan de PKN), Dorcas en Woord en Daad.
De doelgroep blijkt het meest te geven voor de thema’s gezondheidszorg, arme kinderen, Israël, zending en evangelisatie en noodhulp.
Christenen zijn daarmee voor een groot deel van de goede doelen in Nederland een belangrijke doelgroep. Toch wordt dit ‘denken in doelgroepen’ maar bij weinig goede doelen toegepast. Als er al wordt gekeken naar doelgroepen, gaat dat vooral op leeftijd. Voor het goed onderscheiden van de christelijke doelgroep is ook specifieke expertise noodzakelijk. Die is bij lang niet alle goede doelen aanwezig. Die expertise is van belang omdat het heel belangrijk is hóe de doelgroep wordt aangesproken. Daarbij kan de plank flink worden misgeslagen.
Het is voor ‘seculiere’ organisaties moeilijk om de juiste toon te vinden, die past bij het taalveld van de christelijke achterban. Dat taalveld is wel enorm belangrijk. In het volgende artikel praktische tips voor het op een goede manier bereiken van de christelijke achterban.
