Waar komt mijn enthousiasme over fondsenwerving vandaan?

Ik vind weinig dingen zó leuk als mensen enthousiast maken over fondsenwerving. Ik mag dat geregeld doen: groepen professionals én vrijwilligers een duwtje in de rug geven met passie én relevante technieken.

Mijn passie voor fondsenwerving heb ik voor een groot deel te danken aan de christelijke schrijver Henri Nouwen. Hij schreef het dunne boekje ‘A Spirituality of Fundraising’. Toen ik dat gelezen had, besloot ik dat ik fondsenwerving écht een mooi vak vond.

De inleiding bij het boek is erg herkenbaar. Hij schetst een (christelijke) organisatie die liever niet gaat fondsenwerven. Een organisatie die fondsenwerving ziet als te weinig vertrouwen in God. En pas als er écht crisis is, gaat men nadenken over fondsenwerving. En zich zorgen maken. Want wie zal er geld gaan geven? En hoe moeten we dat dan vragen? Dit beeld is trouwens herkenbaar en toepasbaar voor christelijke én niet-christelijke organisaties.

Fondsenwerving is, volgens Nouwen, onze missie en onze visie (dus eigenlijk onze passie) zo verkondigen dat we andere mensen de mogelijkheid bieden om mee te doen in onze missie en visie. Daarmee is fondsenwerving precies het tegenovergestelde van bedelen. We zeggen niet: help ons, want we hebben het zo moeilijk. We vragen mensen om mee te investeren in iets waar we samen in geloven.

Als je gaat fondsenwerven doe je dat dus niet nederig, maar doe je het zelfbewust. Omdat je weet dat jouw organisatie écht iets te bieden heeft aan de gever: een gezamenlijk doel om in te geloven.

Deze manier van fondsenwerving heeft ook invloed op de gevers. Zij geven namelijk dan niet meer iets weg om jou te helpen. Ze geven iets weg om zélf ook datgene te bereiken waar jouw organisatie en de gever samen in geloven. Daarom is fondsenwerving die alleen ten goede komt aan de organisatie geen goede fondsenwerving, zegt Nouwen. Zowel de gevers als de ontvanger moeten profiteren van de gift die wordt gegeven.

Nouwen zegt natuurlijk nog veel meer. Lees daarvoor zijn boekje. Maar ik merk in gesprekken met (vrijwillige) fondsenwervers dat deze boodschap al helpt om zelfbewust mensen te vragen om de droom van jouw organisatie te delen.