← terug naar blogoverzicht

Durf blij te zijn met een ‘nee’

Fondsenwervers horen heel vaak ‘nee’. Maar ze luisteren er zelden naar. Terwijl achter de ‘nee’ van (potentiële) donateurs heel waardevolle informatie zit over geefgedrag, jouw vraag en je organisatie. Een gemiste kans, dus. Hoe kan het beter?

pindakaasStel: je loopt over straat, hebt honger maar geen geld en je vraagt iemand om een broodje pindakaas. En je hoort 97% van de keren als antwoord ‘nee’. Wauw, dan raak je echt wel ontmoedigd. Je gaat je afvragen: wat is er mis met me? Of met een broodje pindakaas? Stel ik de vraag misschien verkeerd? Zie ik er raar uit? Vinden mensen me niet aardig? Stink ik misschien?

Goede doelen die in een brief aan hun donateurs om een bijdrage vragen, horen 97% nee. Soms iets meer, soms iets minder. De andere 3 procent reageert met een gift. Fondsenwervers zijn geneigd alleen naar die 3% te kijken. Dan wordt berekend hoeveel geld er binnen is gekomen, wat de brief heeft gekost en voilà: de return on investment is berekend.

Wat niet wordt bijgehouden, is hoeveel er door donateurs gezucht wordt: wéér een bedelbrief. Of hoe vaak de wenkbrauwen worden gefronst: ik snap niet wat er van me gevraagd wordt. En: ik geef al jaren niet, ik weet niet waarom ze brieven blijven sturen. Waarna de brief mét acceptgiro routineus in de papierbak wordt gegooid.

Hetzelfde geldt voor telemarketing. Bij uitstek een fantastisch middel om in gesprek te gaan met de achterban. Maar de vraag is: wat doen goede doelen met alle ‘nee’ die ze binnenkrijgen? Wordt die mensen gevraagd waarom ze niet geven? Misschien was de vraag verkeerd, de timing fout, je weet het niet.

Ik stel voor dat fondsenwervers open en eerlijk het gesprek aangaan met mensen die ‘nee’ zeggen tegen de giftvraag. Om ervan te leren, om donateurs te leren kennen, om betere vragen te leren stellen. Nee, dat zullen niet altijd leuke telefoontjes zijn, want wij fondsenwervers leven van de ‘ja’. Sommige telefoontjes zullen heel kort zijn, andere ongemakkelijk, weer andere ronduit negatief.

Ik ben ervan overtuigd dat je er wel van leert. Dat je een beter beeld krijgt van de mensen aan wie je de brief stuurt. Dat je de geefvraag leert aanscherpen. Zodat je, als je nog eens hongerig en blut op straat loopt, precies de goede toon weet te vinden om snel een broodje pindakaas te krijgen.

P.S. Getriggerd en wil je hierover doorpraten? Neem gerust contact op.

Abonneer je nu op de Inspiratiebrief

Reacties zijn uitgesloten.