← terug naar blogoverzicht

Donateurs willen méér zijn dan een radertje 

Mensen willen graag het verschil maken. Met hun inzet, tijd, talent én geld. Ze willen iets doen, bijdragen of betekenen waar het goede doel écht iets aan heeft. Zijn goede doelen daar voldoende op gespitst? Of worden vrienden en donateurs toch vooral beschouwd als een (onmisbaar) radertje in het geheel van de organisatie?

radertjeWe leven in een sterk individualistische maatschappij. Dat is geen waardeoordeel, maar een constatering. We vinden onszelf steeds belangrijker, en hechten minder aan de groep. Daarom switchen we ook makkelijker dan pakweg 30 jaar geleden: van voetbalclub, kerk, krant, zorgverzekeraar, energieleverancier of merk tandpasta.

Sommige goede doelen hebben nog een groot aantal donateurs die zichzelf geen donateur noemen, maar ‘lid’. Ze voelen zich intens verbonden met de doelstelling van de organisatie. Voor het grootste deel zijn dit oudere donateurs, die vaak de organisatie hebben zien ontstaan. Het paste toen én past nu in hun idealen. Ze leven met de organisatie mee en steunen, ook financieel, door dik en dun. Als er vrijwilligerswerk moet gebeuren, staan ze in rijen klaar.

Lichte band

Mede door de enorme groei van de goededoelenwereld hebben steeds meer organisaties duizenden donateurs die een hele lichte band hebben met de organisatie. Ze hebben ooit ‘ja’ gezegd op een giftverzoek. Ze krijgen de post, reageren af en toe op een acceptgiro – maar verder houdt de betrokkenheid op. Het is het type donateurs waar DM’ers en loyaliteitsmedewerkers hun handen vol aan hebben, waar ROI’s op losgelaten worden en donor life cycles.

Ik zeg daar geen verkeerd woord over: het is goed dat ook deze manier van fondsenwerving op een hoogwaardige, kwalitatieve manier wordt uitgevoerd. Sterker nog: ik adviseer er goede doelen enthousiast en met liefde over. Dit type fondsenwerving zal ook altijd blijven bestaan én is belangrijk. Want de ‘vele kleintjes’ zorgen voor een min of meer stabiele bron van inkomsten.

Zijn goede doelen in staat

en bereid om ongebaande

wegen te gaan?

Maar het sluit niet aan bij het gevoel dat mensen verschil willen maken. De donateurs worden daar op deze manier ook niet toe ‘uitgedaagd’. Ze worden alleen om een (kleine) bijdrage gevraagd. Mijn vraag aan goede doelen is: zijn jullie écht klaar om op een goede manier om te gaan met donateurs die méér willen? Zijn goede doelen bereid en in staat om ongebaande wegen te gaan? Lukt het om met individuele donateurs in gesprek te gaan die iets anders willen dan geven?

Open, luisterende houding

Uit mijn ervaring bij verschillende opdrachtgevers blijkt dat potentiële donateurs graag in gesprek willen. Bestaande donateurs, maar ook prospects vinden het leuk om na te denken hoe zij de organisatie kunnen versterken – met of zonder geld. Het vereist een open, luisterende houding van goede doelen. Minder praten, meer luisteren, misschien zelfs minder vragen. Ik ben nieuwsgierig naar goede voorbeelden.

Mijn ervaring leert ook dat goede doelen deze potentiële enthousiastelingen nauwelijks kunnen bereiken. Vooral omdat ze niet weten hóe ze dit het beste kunnen doen. Het zou mooi zijn als goede doelen op dit gebied van elkaar kunnen leren. Dus: hebt u een goed voorbeeld, meld het dan vooral – ik zal de informatie met alle liefde delen. Zo maken we samen het verschil.

Meer Inspiratie ontvangen? Meld je dan nu aan voor de Inspiratiebrief.

Reacties zijn uitgesloten.